woensdag 9 september 2020

Erepenning voor jarig AG

Koninklijke erepenning voor 
jarig AG Eindhoven
"Alle afgestudeerde academici zijn welkom." Zo luidde de uitnodiging die een paar maanden na het einde van de oorlog tot de oprichting van een academisch genootschap in Eindhoven zou leiden. Er is in de 75 jaar sinds die oprichting veel veranderd in AG Eindhoven. Maar één ding is altijd hetzelfde gebleven: het genootschap leefde toen en leeft nog steeds dankzij al die leden die zich als vrijwilliger inzetten en activiteiten organiseren.
Dat jubileum had uiteraard groots gevierd moeten worden, maar corona gooide roet in het eten. Wat wel doorging: het bezoek van de Eindhovense locoburgemeester Monique List-De Roos, die begin september aan het AG de koninklijke erepenning uitreikte als erkenning van het belang van het AG voor Eindhoven. 
Helaas strooide corona ook daar roet in het eten, want de uitreiking vond noodgedwongen plaats in een beperkt gezelschap van honoraire leden. Bij een organisatie die volledig draait op de onvermoeibare inzet van de leden betekende dat toch een domper op die feestelijke gebeurtenis.

De oprichting van AG Eindhoven 75 jaar geleden kwam voort uit het initiatief van een aantal medewerkers van het Natlab, het laboratorium van Philips. Het doel destijds was 'de behartiging van de algemene en culturele belangen der academici in Eindhoven en omgang en bevordering van de onderlinge samenwerking'. 
Het was voorjaar 1945 en Noord-Nederland was nog niet bevrijd. Eindhoven zelf was twee keer zwaar gebombardeerd en Philips, maar ook de rest van het Eindhovense bedrijfsleven, zette de schouders onder de wederopbouw van onderneming en stad. Daarvoor trok Philips veel hoger opgeleid personeel van buiten Eindhoven aan en die mensen klaagden al snel over het gebrek aan cultureel, maar ook wetenschappelijk aanbod in de stad. Zelf iets opzetten was de oplossing.
Het begrip 'academisch' werd in de eerste jaren zeer serieus genomen. Wie niet afgestudeerd was, kon geen lid worden. En hoewel tandheelkunde een universitaire opleiding is, waren tandartsen niet welkom: dat was een vak, geen academische studie, vonden de AG-ers.
Ook partners mochten aanvankelijk alleen lid worden als ze een titel hadden. Dat veranderde vrij snel toen men zich realiseerde dat het AG daardoor behoorlijk wat leden misliep. Er was een uitzondering mogelijk: "Mensen zonder academische titel konden voor een ballotagecommissie van drie man bewijzen dat ze desondanks voldoende niveau hadden", zegt Kees Teer, lid sinds 1950.
Een titel mocht een eerste vereiste zijn, maar het AG organiseerde van de meet af aan een breed scala aan activiteiten, academisch en minder academisch. Het AG was, en is, een plek waar mensen intellectueel werden uitgedaagd, maar ook vrienden maakten. Er waren lezingen en concerten, maar ook een mislukte poging tot carnaval (een groot deel van de leden kwam uit Noord-Nederland en had daar niets mee) en kinderactiviteiten. 
De toneelgroep en het cabaret waar Teer al snel lid van werd, waren van hoog niveau. “Dat cabaret stak regelmatig de draak met dat academisch niveau”, zegt hij: "Die opschepperige houding over titels leende zich daar natuurlijk heel goed voor." 
Voor Michiel de Veer, die in 1958 lid werd, waren die cabaretvoorstellingen een jaarlijks hoogtepunt. Ook hij herinnert zich hoe de academische pretenties op de korrel werden genomen. "Er werd bijvoorbeeld heel erg de spot gedreven met het slechte Engels van sommigen", vertelt hij.

Hijsen van de AG-vlag voor 
de komst de locoburgemeester


Inmiddels is een academische titel geen vereiste meer, maar intellectuele uitdaging en nieuwe vriendschappen zijn nog steeds een belangrijke reden om lid te worden. Met onder meer wekelijkse lezingen, filosofie, opinie- en debatgroepen, een literaire kring, toneel, wandelen en bridge biedt het AG een breed scala aan activiteiten en nog steeds zijn het de leden die dat alles draaiende houden. Toen corona het AG dit jaar tot stilstand bracht, waren het ook leden die ervoor zorgden dat activiteiten - waar mogelijk - online doorgingen.
Het is die zelfwerkzaamheid die Harm van Maurik, lid sinds een jaar, zo aanspreekt. Hij werd lid van het AG omdat hij, zoals zoveel AG-leden in het verleden, naar Eindhoven verhuisde en een plek zocht om nieuwe mensen te leren kennen. Ook wilde hij graag bridgen.
Naast het AG is Van Maurik lid van twee bridgeclubs, maar daar stopt hij waarschijnlijk mee. "Ik wil nu niet met zestig man in een zaaltje te zitten en gezamenlijke kaarten vast te pakken. Bij het AG ga ik binnenkort met andere bridgers bespreken hoe het wel veilig kan. Een idee is bijvoorbeeld dat mensen hun laptop meenemen en we via een online programma tegen elkaar spelen, in de zaal, maar op voldoende afstand en zonder speelkaarten. In gezelschap, maar wel veilig. Dat vind ik zo mooi vind aan het AG, dat iedereen zulke initiatieven kan nemen."