maandag 22 juni 2020

Zand tussen de tanden

Foto Runa Hellinga
Groote Heide
Bietjes, sla, andijvie, radijsjes, eieren: onze eerste oogst van eigen boerderij. Nou ja, eigen: ik, en met mij mijn gezin, zijn sinds kort mede-eigenaar van herenboerderij de Groote Heide. Het is het directe gevolg van een online AG-Lezing Duurzaamheid eind mei over herenboerderijen, een recent initiatief waarmee je ook als stedeling deel kunt nemen in een duurzaam landbouwbedrijf.
De lezing van docent bedrijfskunde en herenboer Peter van Eck maakte zo enthousiast dat we anderhalve week later meeliepen met een rondleiding over De Groote Heide, de herenboerderij op Landgoed Cranendonck ten zuiden van Eindhoven, waarvan Van Eck een van de initiatiefnemers van is. Nog een dag later meldden we ons aan als nieuwe leden. En nu eten we dus voor het eerst onze eigen sla: knapperig en 's ochtends van het veld gehaald. We leren wel meteen om onze groente weer goed te wassen. Zand tussen bladeren en tanden, dat zijn we een beetje ontwend geraakt met al die kasgroente op substraat.
Bij een herenboerderij vormt een groep van pakweg 200 burgers gezamenlijk een coöperatie en investeert in een gemengd bedrijf. Ze pachten samen grond en nemen een boer in dienst voor de bedrijfsvoering. "De aanvangsinvestering was 2000 euro per familie", zegt Van Eck tijdens de lezing. Daaruit werden de eerste noodzakelijke investeringen gedaan, zoals de aankoop van tractoren en een grote diepvries. Daarnaast betalen de deelnemers maandelijk voor ieder familielid een vast bedrag. Wie vegetarisch eet, betaalt minder dan vleeseters. Dat geld gaat naar de lopende kosten, waaronder het salaris voor de boer.

De coöperaties zijn ontstaan uit de groeiende behoefte van veel consumenten aan duurzaam geproduceerde voeding: als het even kan biologisch en van eigen bodem. Herenboerderijen zijn zeker niet het enige antwoord op die vraag, maar wel een interessante nieuwe optie. Inmiddels telt Nederland zeven draaiende bedrijven. Daarnaast zijn er zo'n twintig in oprichting en loopt er nog een aantal voorbereidende initiatieven.
"Het idee is ontstaan vanuit de gedachte: stel dat iedereen zijn eigen voedsel zou produceren. Iedereen zijn eigen boerderij is niet natuurlijk te doen, maar als je samenwerkt en gezamenlijk een professionele boer in dienst neemt, dan kan het wel", aldus Van Eck.
In de huidige opzet voedt iedere herenboerderij pakweg 500 mensen. Met 35.000 boerderijen met een omvang van pakweg 20 hectare, minder dan een derde van het Nederlandse buitengebied, zou je volgens de berekening van Herenboeren Nederland onze hele bevolking voor een groot deel kunnen voeden.
Het feit dat de boerderijen gerund worden door professionele boeren garandeert een professionele aanpak en maakt het ook voor stedelingen mogelijk om lid te worden. Van Eck: "De naam is geïnspireerd door de vroegere Groningse herenboeren. Die woonden ook vaak in de stad en hadden mensen in dienst die voor de boerderij zorgden."
Uiteraard kunnen de herenboerderijen niet in alles voorzien. Niet alleen importproducten als koffie, maar ook eerste levensbehoeften als brood zullen ergens anders vandaan moeten komen. De boerderijen leggen zich toe op tuinbouw, fruit en (als de leden dat willen) biologisch vlees, maar niet op akkerbouwproducten als graan. "Bij de boerderij in Boxtel, die inmiddels vijf jaar draait, krijgen de mensen pakweg zestig procent van hun voedsel van de boerderij," zegt Van Eck.
Wat de boeren aanplanten, wordt gezamenlijk beslist. Bij De Groote Heide staan zo'n vijftig verschillende soorten groente op de lijst, van raapstelen in het voorjaar tot spruitjes en kolen in de winter. Iedere week kunnen de leden hun aandeel ophalen, wat tot een levendige uitwisseling van ideeën en recepten leidt, want het is eten wat de oogst die week biedt en niet iedereen weet wat je met raapsteeltjes aanmoet.
Hoewel de leden van een herenboerderij niet verplicht zijn om mee te werken, wordt dat uiteraard wel gewaardeerd, zegt Van Eck. Niet alleen versterkt vrijwilligerswerk de band met de boerderij en de andere leden, de hulp helpt ook om de gezamenlijke kosten te drukken. Duurzame landbouw kan behoorlijk arbeidsintensief zijn: afgelopen tijd zijn de leden van De Groote Heide meermaals bezig geweest om met de hand de coloradokevers uit de aardappels te verwijderen.
De leden van de coöperatie zijn een gemengd gezelschap, van jonge ouders met kinderen van ouderen die vroeger een eigen moestuin hadden. Sommigen kunnen op het land geen andijvie van kool onderscheiden, anderen brengen juist expertise mee waar iedereen beter van wordt. In de groep waarmee wij over bedrijf lopen, zitten een imker en iemand die alles van schapen weet.
Ook voor de twee parttime boeren die op de Groote Heide werken, is het allemaal behoorlijk nieuw, want hoewel gemengde bedrijven vroeger heel gewoon waren, komen ze tegenwoordig nog maar zelden voor. De overkoepelende landelijke organisatie Herenboeren Nederland, waar de boeren officieel in dienst zijn, organiseert dan ook regelmatig bijscholingen en ontmoetingen tussen de boeren.
"Herenboeren Nederland is ook onze belangenbehartiger, bijvoorbeeld in gesprek met het ministerie", zegt Van Eck. En dat is hard nodig, want de herenboerderijen lopen regelmatig tegen regelgeving aan die duidelijk niet is afgestemd op dit soort nieuwe initiatieven.
Zo zou de kipcaravan van De Groote Heide, onderkomen voor 249 kippen die overdag in de boomgaarde het ongedierte wegpikken, eigenlijk dagelijks verplaatst moeten worden om niet als 'bouwwerk' aangemerkt te worden. Gelukkig wordt met die regel soepel omgegaan. Dat aantal van 249 kippen is ook niet toevallig gekozen: één kip meer en je moet voldoen aan de regels van een commerciële kippenboer.
Maar de 249 kippen hebben duidelijk naar hun zin in de boomgaard, want bij onze eerste oogst krijgen we voor drie personen vijftien eieren mee naar huis. En het verzoek de lege doosjes volgende keer weer mee te nemen. De sla en andijvie gaan gewoon zo in onze tas. Dat scheelt ook nog eens enorm veel verpakkingsmateriaal.