zondag 24 mei 2020

Hulpactie tegen honger op Curaçao

Markt in Curaçao: voor velen onbereikbaar
De Wereld Voedselorganisatie (WFO) heeft er al voor gewaarschuwd: in het kielzog van de coronacrisis dreigt voor miljoenen mensen in de wereld een nieuwe vijand, honger. Ook het voormalige Nederlandse gebiedsdeel Curaçao vreest dat toekomstbeeld. Corona was er nauwelijks. Toch ligt de belangrijkste inkomstenbron, toerisme, stil en zijn vele duizenden hun werk kwijt. Ze worden niet door ziekte bedreigd, wel door een lege maag. Voor Virma Durinck, geboren Curaçaose en AG-lid, reden om in actie te komen: zij zamelt geld in voor minimaal 500 voedselpakketten.
Curaçao telde de afgelopen weken precies één coronaslachtoffer, een Nederlandse toerist, en zestien besmettingen op een bevolking van 160.000 mensen. Dat is mede daaraan te danken dat het eiland min of meer op slot zit. Goed voor de volksgezondheid, rampzalig voor de economie en voor de talloze Curaçaoënaars die van het toerisme afhankelijk zijn.

Al voor corona kampte Curaçao met een hoge werkloosheid op 21 procent en leefde dertig procent van de  bevolking onder het bestaansminimum. “Maar nu dreigt 60 procent van de Curaçaoënaars zonder werk te komen”, zegt Virma. En dat zijn voor een groot deel mensen die echt geen cent reserve hebben: dagloners, flexwerkers en illegale Venezolaanse vluchtelingen .
De pakketten waar Virma voor inzamelt, kosten dertig euro. Ze bevatten lang houdbaar voedsel en producten als zeep. “Er zit voldoende in voor een gezin van vier tot vijf mensen om twee weken van te leven,” zegt ze.
Virma Durinck
De distributie loopt via de voedselbank en Caritas in Curaçao. “Zij werken via 26 parochies en hebben echt voet aan de grond in de wijken. Ze weten bijvoorbeeld ook de vluchtelingen te vinden die zich niet zo snel zullen melden voor hulp.” De regering heeft overigens besloten om onder de huidige omstandigheden geen mensen naar Venezuela terug te sturen, zegt ze erbij.
Zelf kwam Virma, net als veel Curaçaose jongeren, decennia geleden naar Nederland om te studeren. Het eiland bood daartoe geen mogelijkheden. Na haar studie klinische chemie en pathologie keerde ze terug, maar ze kwam er al snel achter dat er ook wat werk betreft in Curaçao weinig opties waren. Ook op Sint-Maarten vond ze geen baan die haar aantrok en daarom ging ze na twee jaar terug in Nederland. Ze werkte een tijd als analiste van het laboratorium bij een van de twee huisartsenpoliklinieken die Philips voor zijn werknemers in Eindhoven had gebouwd voor ze besloot om een studie personeelwerk te gaan volgen.
Het was een tijd waarin HR-afdelingen ivoren torens waren waar je vrouwen met een lantaarn kon zoeken. Haar sollicitatie naar een HR-functie bij Philips liep dan ook uit op een afwijzing, maar toen ze op haar vraag waarom ze afgewezen was, geen antwoord kreeg, besloot ze het hogerop te zoeken. Ze vroeg een gesprek aan, kreeg dat ook, en een dag later kreeg ze een brief dat ze alsnog was aangenomen. Ze was de eerste zwarte vrouw in die functie bij het bedrijf.
Dat was de eerste hobbel. Vervolgens kreeg ze te maken met mensen voor wie de komst van een vrouw, en dan ook nog een zwarte vrouw, totaal nieuw was. Haar eerste chef reageerde gelukkig positief en meende: “Als jij goed werkt, open je de deur voor anderen.”
Ze realiseerde zich niet alleen de voorbeeldfunctie die ze had, maar ook dat veel problemen voortkwamen uit de onzekerheid van machomannen. “Ik was mezelf, leefde volgens mijn eigen normen en waarden, maar ik heb me altijd opengesteld naar de mensen om me heen.”
Als vrouw nam ze regelmatig andere vrouwen aan. “Maar ik heb dat nooit gedaan vanuit het idee ‘nu gaan we vrouwen aannemen’, het was altijd een natuurlijk proces,” zegt ze. Inmiddels heeft ze een eigen coachingspraktijk, waarin ze topmensen coacht, maar ook pro bono mensen met een laag inkomen die in hun beroep zijn vastgelopen adviseert.
Ondanks een mooie carrière in Nederland en daarbuiten en internationale opleidingen, waaronder een master Human Resources aan de universiteit van Bristol, is ze zich altijd hecht verbonden blijven voelen met het eiland waar ze geboren is. Ze komt er regelmatig en heeft er een huis en goede contacten.
Toen Betèsda, het belangrijkste Curaçaose verpleeghuis wegens problemen gesloten dreigde te worden, zette ze zich voor een verbeterplan en hielp ze om de instelling van moderne materialen te voorzien. Dankzij haar uitgebreide netwerk wist ze uiteindelijk vijf grote containers met moderne bedden, tilliften, nachtkastjes en wat je niet al meer nodig hebt in een verzorgingstehuis, vanuit Nederland naar Curaçao te sturen.
Ze wist dus wel waaraan ze begon toen ze het op zich nam om geld in te zamelen voor 500 voedselpakketten voor Curaçao. Toch is ze blij verrast over de respons. Ze rekende in eerste instantie vooral op hulp uit haar netwerk. “Maar na een artikel in de krant stuurden totaal onbekenden behoorlijke bedragen.” Dat geld gaat overigens niet via haar, maar direct naar een rekening van het hulpfonds.
Wat haar betreft stopt het niet bij die 500 pakketten, want voorlopig blijft de nood op Curaçao hoog.  Weliswaar heeft het land de lockdown versoepeld, maar herstel van de grootste inkomstenbron, het toerisme, zal nog wel even op zich laten wachten, ook omdat Curaçao zich de risico’s van buitenlandse toeristen goed realiseert. De coronacrisis had veel erger kunnen uitpakken, want in een van de eerste weken werd het eiland nog aangedaan door een cruiseschip waar diverse mensen besmet waren. “Het is gelukkig dat er zo weinig zieken waren, want de medische infrastructuur zou een grootscheepse uitbraak van corona niet kunnen verwerken,” zegt Virma.

Wie Virma’s actie wil ondersteunen, kan dat doen door het geld te storten t.n.v.

‘Cordaid’
IBAN-nummer: NL57 INGB 0000 0009 34
onder vermelding van 'Actie Virma Durinck'.

Dat laatste is belangrijk, omdat er ook nog andere hulpacties lopen.